Het vliegtuig

Spel, woordenschat en lezen ineen

Ik ben in groep 3 van meester Marco. Hij heeft een indrukwekkende pet op. Hij is de purser van ons vliegtuig.
Alle stoeltjes staan ‘vliegtuigsgewijs’ achter elkaar.
Elk kind met zijn handbagage (tasje, rugzak, klein koffertje) en een zelfgemaakte instapkaart.
Het spel kan beginnen. De meester/purser begint met zijn verhaal en wij spelen allemaal mee.
Eerst gaan wij door de slurf het vliegtuig in. Hoe we dat doen? Nou gewoon een rondje door de klas. Rustig lopen, met je bagage en je instapkaart. Dan langs de purser en je instapkaart laten zien. Goed op je kaart kijken naar rijnummer en stoelletter. De purser vertelt over de nooduitgangen.
De handbagage gaat in het opbergvak. ‘Pas op hoor, goed dicht doen.’
De purser legt uit waar het zuurstofmasker voor dient en het reddingsvest verborgen is.
En hoe de veiligheidsriem werkt.
De kinderen spelen het hele verhaal mee en breiden ook samen het verhaal uit. Door samen te beslissen waar de reis naar toe gaat.
Iedereen is enthousiast. Ready to take off!
Dan gaan wij lezen.
Eerst de plaatjes bekijken en in tweetallen met elkaar bespreken.
De purser geeft steeds een ‘gesprekshint’.

voorbeeld bij plaatje 1:    Vertel eens aan elkaar wat je ziet. Hoe komen de passagiers in het vliegtuig
voorbeeld bij plaatje 5:    Waarvoor heb je een veiligheidsriem nodig in een vliegtuig. Vertel dat eens aan elkaar

Er ontstaan geanimeerde gesprekjes. Na elke illustratie wordt even kort uitgewisseld en herhaalt de meester/purser enkele belangrijke begrippen.

Daarna gaan 2-tallen de tekstblokjes lezen. Je krijgt van de purser te horen welk blokje je gaat lezen. De bedoeling is om na het lezen aan de anderen te vertellen wat je te weten bent gekomen.
Zo worden al vertellend en vragend alle tekstblokjes behandeld.
Het woord cabine is voor iedereen nieuw. Het is in het spel niet aan bod gekomen en ook niet naar aanleiding van de gesprekken over de illustraties.
Het is wel goed te illustreren met een mooie plaat uit een ander boek. Natuurlijk komt het woord er op het woordveld bij, zodat iedereen ziet dat het er ook bij hoort.

Het spelverhaal, de gesprekjes over de illustraties zorgen voor de motivatie om in de teksten te duiken en die goed en vlot te willen lezen.
Natuurlijk worden alle nieuwe woorden ook weer gebruikt in nieuwe spelverhalen.
Drie vliegen in één klap … en heb je ook even op ’t AVI niveau van de tekstjes gelet=

Bea Pompert

 

4.  Boven en onder je stoel

 

Boven je hoofd en onder je stoel zijn een zuurstofmasker en een reddingsvest verborgen. Boven je hoofd zitten ook het leeslampje en het knopje voor frisse lucht

2. In de cabine

 

Het personeel in de cabine kan op je instapkaart zien waar je moet gaan zitten. Je loopt door het gangpad naar je stoel. Links en rechts van je zie je allemaal rijen met stoelen. Elke rij bestaat uit 3, 4 of soms wel 5 stoelen. Niet iedereen kan dus bij een raampje zitten. Soms zit je vlakbij de nooduitgang

3. Handbagage     

Je handbagage stop je in het opbergvak boven je stoel. Iedereen uit jouw rij mag daar een kleine tas in neerzetten. In die tas zitten je belangrijkste spulletjes en misschien heb je wel een spelletje of een boek meegenomen. Ais je je handbagage hebt opgeborgen, kun je gaan zit

Het vliegtuig in

1. Door de slurf

Met je handbagage loop je door de slurf het vliegtuig in. Dat is handig, want dan hoef je niet langs een ladder omhoog te klimmen en heb je geen last van slecht weer.

5. De veiligheidsriem 

 

Je riem hoef je nog niet om te doen. De piloot geeft je vanzelf een seintje. Boven je hoofd gaat er dan ook een lampje branden. Ais iedereen zijn riem vast heeft, rijdt het vliegtuig naar de startbaan. In de lucht mag je je riem weer los doen. Je kunt dan opstaan om iets uit je tas te pakken of om even naar de wc te gaan.